Eigen onderzoek onder artikel 7a Wet Bibob
Wanneer uw eigen onderzoek volstaat, en wanneer het Landelijk Bureau uw adviesaanvraag mag weigeren.
Artikel 7a heeft de volgorde vastgelegd. Een advies van het Landelijk Bureau komt pas in beeld nadat u zelf onderzoek heeft gedaan.
Waar de bevoegdheid vandaan komt
Het eerste lid koppelt het eigen onderzoek aan uw adviesbevoegdheid: bent u bevoegd het Bureau om advies te vragen, dan mag u ook zelf onderzoek verrichten naar de feiten en omstandigheden van artikel 3, tweede tot en met zesde lid, en artikel 9, tweede en derde lid.
Die koppeling werkt beide kanten op. Waar de adviesbevoegdheid ontbreekt, ontbreekt ook de grondslag voor eigen onderzoek onder dit artikel.
Wat de betrokkene moet aanleveren
Het tweede lid schrijft een ondergrens voor. De betrokkene verstrekt u in ieder geval:
- naam, adres en woonplaats of vestigingsplaats, ook van wie hem vertegenwoordigt
- het burgerservicenummer van beiden
- het inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel
- de rechtsvorm
- de handelsnamen waarvan hij gebruikmaakt of gebruik heeft gemaakt
- naam, adres en woonplaats van de leidinggevende, de zeggenschaphebbende, de vermogensverschaffer en de onderaannemer
- de wijze van financiering
Het derde lid trekt diezelfde verplichting door naar een intrekking, naar ontbinding van een overheidsopdracht en naar een vastgoedtransactie.
Wanneer uw onderzoek genoeg is
De wet noemt geen ondergrens en de memorie van toelichting legt uit waarom. Het gaat er niet om dat u alle beschikbare bevoegdheden heeft ingezet, maar dat het zware middel van een onderzoek door het Bureau niet lichtvaardig wordt ingezet.
Dat heeft een gevolg dat vaak wordt gemist. Het Bureau kan u vragen eerst zelf bepaalde bronnen te raadplegen, en daarna kunt u zonder advies tot de conclusie komen dat er sprake is van ernstig gevaar. Het advies is geen verplichte laatste stap.
Wanneer het Bureau uw aanvraag mag weigeren
De weigeringsgrond staat niet in artikel 7a maar in artikel 9, vijfde lid. Het Bureau kan afzien van een advies wanneer u de informatie uit artikel 7a, vierde lid, niet heeft toegezonden, of wanneer uit die informatie naar zijn oordeel blijkt dat u onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden tot eigen onderzoek.
Wat u toestuurt is tweeledig: de gegevens die de betrokkene aanleverde, en de bevindingen van uw eigen onderzoek. Ontbreekt dat tweede, dan beoordeelt het Bureau een aanvraag zonder het onderzoek dat eraan vooraf hoorde te gaan.
De acht weken van het Bureau
Het advies komt zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen acht weken. Die termijn wordt opgeschort zodra het Bureau u of de betrokkene om ontbrekende of aanvullende gegevens vraagt, en loopt weer door op de dag dat die gegevens binnen zijn. Lukt acht weken niet, dan meldt het Bureau dat en noemt het een nieuwe termijn van ten hoogste vier weken.
Deze termijnen gelden voor het Bureau. Wat zij doen met uw eigen beslistermijn regelt de Wet Bibob niet.
Twee meldplichten
Concludeert u na eigen onderzoek en zonder advies tot een ernstig gevaar of een mindere mate van gevaar, dan meldt u dat onverwijld aan het Bureau, met de gegevens van artikel 11a, tweede lid. U blijft daarna verantwoordelijk voor de juistheid ervan. Vervalt uw conclusie in bezwaar of bij de rechter, dan meldt u ook die correctie onverwijld.
De tweede meldplicht gaat over terugtrekken. Vermoedt u redelijkerwijs dat iemand zich uit de procedure terugtrekt vanwege de toepassing van deze wet, dan meldt u dat, ook als u nooit tot een conclusie bent gekomen.
Wat u meldt komt terecht in de tipfunctie van artikel 11a. Het Bureau bericht een ander bestuursorgaan desgevraagd of in de afgelopen vijf jaar strafbare feiten van dezelfde personen ten grondslag lagen aan een conclusie van gevaar, in een advies of in bevindingen van eigen onderzoek. Het derde lid voegt de terugtrekkingsmeldingen daaraan toe. Uw melding van vandaag ziet een collega over drie jaar terug.
Wat dit betekent voor uw vastlegging
Vier dingen moeten jaren later nog vast te stellen zijn. Uit welke bron een bevinding komt en op welk moment. Wat de betrokkene zelf heeft aangeleverd. Wanneer u tot een conclusie kwam. En wat u daarover heeft gemeld. Het zesde lid legt daar via artikel 28, tweede lid, een geheimhoudingsplicht overheen.
In Noctua ontstaat die vastlegging terwijl u werkt. Elke bevinding draagt haar bron en haar moment, het logboek registreert ook het inzien van een dossier en is niet uit te zetten, en materiaal dat buiten het rapport blijft blijft in het dossier beschikbaar.
Bronnen
Deze pagina is geschreven op de wettekst zelf, niet op een samenvatting daarvan.
- Wet Bibob, artikelen 7a, 9, 11a en 15, wetten.overheid.nl
- Memorie van toelichting bij wetsvoorstel 35152, over de maatstaf voor voldoende eigen onderzoek