Wat de bestuursrechter van een Bibob-dossier verwacht

Twee uitspraken van de Afdeling uit 2025, beide verloren door de burgemeester, en wat daaruit volgt voor wat er in het dossier moet liggen.

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst zelden of het gevaar bestaat. Zij toetst of u heeft gemotiveerd waarom het bestaat. In 2025 gingen twee zaken over hetzelfde onderdeel, het zakelijk samenwerkingsverband, en in beide verloor het bestuursorgaan op de motivering.

De maatstaf

Artikel 3, tweede en derde lid, van de Wet Bibob bepaalt dat de mate van gevaar mede wordt vastgesteld aan de hand van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten. Het vierde lid werkt uit wanneer die relatie bestaat, en daar komt het zakelijk samenwerkingsverband binnen.

Wat dat verband is, heeft de Afdeling vastgelegd in ECLI:NL:RVS:2023:4759 van 20 december 2023 en herhaald in de twee uitspraken hieronder. Er moet een zakelijke relatie bestaan die is gericht op samenwerking en die een zeker duurzaam en structureel karakter heeft.

Drie eisen dus, en ze staan naast elkaar. Een relatie die zakelijk is maar niet op samenwerking gericht valt af. Een samenwerking die eenmalig is valt ook af.

Wat niet genoeg is

In ECLI:NL:RVS:2025:214 van 22 januari 2025 weigerde de burgemeester van Kerkrade een horecavergunning. Zijn onderbouwing: het bedrijf huurde ruimte en inventaris van de betrokkene, kocht meubilair, en beide partijen werden in bezwaar door dezelfde advocaat vertegenwoordigd. De Afdeling oordeelde dat dit op geen enkele wijze de conclusie rechtvaardigt dat er een zakelijk samenwerkingsverband bestaat.

Zeven maanden later, in ECLI:NL:RVS:2025:4128 van 27 augustus 2025, ging het over een seksinrichting in Leeuwarden. De burgemeester wees op een huurovereenkomst, dezelfde locatie, dezelfde handelsnaam, het tijdstip van de aanvraag, en het feit dat de aanvrager korte tijd als beheerder op de vergunning van de ander stond.

De Afdeling liep die punten één voor één langs. Een enkele huurrelatie is onvoldoende, zoals al bleek uit de zaak in Kerkrade. Het overnemen van inventaris evenmin, en dat geldt volgens de Afdeling ook voor het overnemen van handelsnamen. Het korte beheerderschap kon wijzen op een zakelijke relatie, maar dat die samenwerking duurzaam en structureel was, was niet gebleken.

De burgemeester had geen enkel feit aangevoerd waaruit bleek dat de aanvrager zich met de bedrijfsvoering van de ander had bemoeid. Daar strandde het.

Waar de zaak in Leeuwarden op omsloeg

Het sterkste argument van de burgemeester was het tijdstip. De aanvraag kwam vlak nadat hij het voornemen had geuit de vergunning van de ander in te trekken. Dat leest als een constructie.

De aanvrager weerlegde het met een tijdlijn. Hij was al in december 2019 bezig met de voorbereiding van zijn aanvraag en sloot op dat moment de huurovereenkomst. Op dat moment kon hij nog niet weten dat de vergunning van de ander zou worden ingetrokken. Die stelling bleef onweersproken.

Het bestuursorgaan had de feiten wel, maar niet de volgorde. Wie op welk moment wat wist bepaalde de uitkomst, en dat is precies wat achteraf niet meer te reconstrueren valt uit losse documenten.

Verwijzen naar het advies is geen motivering

De burgemeester van Leeuwarden legde twee adviezen van het Landelijk Bureau aan zijn besluit ten grondslag, en liet er in beroep nog een derde op volgen. De Afdeling vatte zijn betoog samen als de stelling dat hij onder verwijzing naar die adviezen voldoende had gemotiveerd. Dat betoog slaagde niet.

Een advies levert feiten. De weging van die feiten tegen de maatstaf blijft uw werk, en die weging moet in uw besluit staan. Dat het Bureau een verband aanneemt, is niet hetzelfde als dat u heeft gemotiveerd waarom dat verband er is.

Beide zaken eindigden gelijk. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, vernietigde ook het nieuwe besluit, en droeg de burgemeester op binnen zes weken opnieuw te beslissen, met een proceskostenveroordeling erbij.

Wat dit betekent voor uw dossier

Uit deze twee uitspraken volgt geen lijst met bewijsstukken, maar wel een eis aan de vorm. U moet per feit kunnen laten zien waar het vandaan komt, op welk moment het bekend werd, en hoe het zich verhoudt tot de drie elementen van de maatstaf: zakelijk, gericht op samenwerking, en duurzaam en structureel.

De zaak in Leeuwarden viel op de datum van een huurovereenkomst tegenover de datum van een voornemen. Dat is geen bewijsstuk maar een volgorde, en een volgorde ontstaat alleen als zij tijdens het onderzoek is vastgelegd.

In Noctua draagt elke bevinding haar bron en het moment waarop zij binnenkwam, en blijft materiaal dat buiten het rapport valt in het dossier beschikbaar. Bij een Bibob-onderzoek rust op die vastlegging bovendien de geheimhouding van artikel 28 van de wet.

Lees over het Bibob-onderzoek in Noctua

Bronnen